‘Vertel eens even, wat is er met je haar gebeurd?’
‘Nou… ik ben gister bij de kapper geweest.’
‘Oh, maar wat heeft ze dan gedaan?’
‘Geknipt en gekleurd.’
‘Gekleurd? Dat witte?’
‘Nee dat wat er onder zit, dat donkere.’
‘Nou ja zeg, hoe heeft ze dat dan gedaan?’
‘Ja dat weet ik niet hoor, ik ben geen kapper.’
‘Mmm, ja… nou ja, je kunt in ieder geval naar de carnaval.’
‘Carnaval… daar past jouw pruik wel goed bij’.

Mevrouw ligt helemaal in een deuk. Ondertussen help ik haar met wassen en aankleden. Ze heeft erg veel last van haar artroseschouder, maar deze keer viel het mee. Ze was afgeleid door mijn kapsel en had het druk met ontcijferen van de kunst. Eerder in de week vroeg ze zich af of de vogeltjes op mijn rok net zo mooi kunnen zingen als die vroeger bij haar in haar tuintje kwamen.

Als we klaar zijn, wens ik haar een plezierige dag. Stiekem kijk ik al weer uit naar de volgende keer en neem me voor mijn rok met ‘vaasjes met enkele bloemen’ aan te trekken. Ik ben benieuwd wat haar reactie dan zal zijn.

Kaat Schreuders, Verpleegkundige in opleiding